Tuinverlichting aanleggen: plan, kabels en lampen
Tuinverlichting aanleggen begint met een lichtplan en de keuze voor het juiste systeem: 12V of 24V laagspanning, 230V netspanning of solar. Voor een veilige aanleg kies je passende kabels, houd je bij 230V een graafdiepte van 50 tot 60 cm aan en gebruik je armaturen met de juiste IP-waarde.
Maak een lichtplan met functie en plaatsing
Bepaal eerst wat de verlichting moet doen: sfeer geven, voor veiligheid zorgen of een object accentueren. Zet daarna per plek in de tuin welke lamp waar komt.
Richt verlichting bij voorkeur naar beneden of op een eigen object, zoals een pad, boom of kunstwerk. Dat voorkomt verblinding en beperkt lichthinder voor buren en omgeving.
Kies het juiste systeem: 12V, 24V, 230V of solar
Laagspanning van 12V of 24V is veiliger en makkelijker zelf aan te leggen. Je hoeft deze kabels niet diep in te graven. Je kunt ze wel wegwerken om struikelen te voorkomen.
230V netspanning geeft meer vermogen, maar vraagt extra veiligheidsmaatregelen. Deze kabels moeten ook dieper de grond in.
Solarverlichting heeft geen stroomaansluiting nodig. Deze lampen geven vaak minder licht en zijn minder geschikt voor functionele verlichting, zoals bij trappen.
Kies lampen met warm licht en een passende IP-waarde
Ledlampen zijn zuinig en gaan lang mee. Halogeenlampen en spaarlampen komen ook voor, maar led is voor tuinverlichting meestal de praktischste keuze.
Kies buiten bij voorkeur warm wit licht van maximaal 2700 kelvin. Dat geeft rustiger licht en verstoort nachtdieren en insecten minder.
Let ook op de IP-waarde van elk armatuur:
- minimaal IP44 onder een afdak
- IP54 of IP55 voor spots
- IP67 voor grondspots
- IP68 bij onderdompeling
Geschikte materialen voor armaturen zijn roestvrij staal, gecoat aluminium en steen.
Gebruik kabels en materialen die bij het systeem horen
Voor 230V buitenverlichting worden onder meer deze kabels gebruikt:
- YMvK-as als grondkabel
- XMvK voor bovengronds gebruik
Voor verlichting is een kabeldoorsnede van 3 x 1,5 mm² genoemd.
Verder heb je, afhankelijk van het systeem, deze materialen nodig:
- transformator voor 12V of 24V
- kabelverbinders
- verlengkabels
- kabelclips
- waterdichte kabeldozen met gietmofpakket of hars
- aardlekschakelaar, indien nodig bij 230V
- hostalietbuis voor 230V-kabels
Schakel de stroom uit voordat je begint
Schakel de elektriciteit uit voordat je kabels of armaturen aansluit. Dat is een vaste veiligheidsstap.
Werk je met 230V, wees dan extra voorzichtig. Grote klussen of nieuwbouw laat je beter uitvoeren door een erkend installateur.
Graaf 230V-kabels 50 tot 60 cm diep in
Grondkabels voor 230V moeten 50 tot 60 cm diep ingegraven worden. Onder paden waar wagenverkeer overheen gaat, is dat 80 cm.
Een te ondiep gelegde kabel kan later beschadigd raken bij graafwerk of aanplant. Dat vergroot de kans op kortsluiting en gevaar.
Bij 12V hoeven kabels niet ingegraven te worden. Werk ze wel weg als ze in looppaden liggen.
Houd bij 12V rekening met maximaal 30 tot 80 meter kabel
Bij een 12V-systeem kan boven 30 meter spanningsverlies optreden. Lightpro noemt ongeveer 80 meter als maximale kabellengte, bij een evenredige verdeling van de verlichting.
Leg daarom vooraf de kabellengte vast in je plan. Zo voorkom je dat lampen minder goed werken door een te lange kabel.
Kies een transformator met 10 tot 20 procent extra vermogen
Bij laagspanning sluit je de verlichting aan via een transformator. Kies een transformator met 10 tot 20 procent meer wattage dan alle lampen samen verbruiken.
Zo houd je voldoende capaciteit over.
Maak aansluitingen waterdicht bij de montage
Monteer de armaturen en sluit ze daarna aan. Gebruik je kabeldozen of verbindingsdozen, vul die dan met giethars als dat bij het systeem hoort.
Slecht afgedichte verbindingen kunnen kortsluiting veroorzaken. Werk daarom elke aansluiting waterdicht af.
Monteer een sensor op 2 tot 2,5 meter hoogte
Gebruik je een sensor, monteer die dan op 2 tot 2,5 meter hoogte. Richt de sensor zo dat directe zon en bewegende objecten zo min mogelijk invloed hebben.
Dat verkleint de kans op vals alarm.
Test elke lamp nadat je de stroom weer inschakelt
Als alle kabels, transformator en armaturen zijn aangesloten, schakel je de hoofdstroom weer in. Test daarna elke lamp apart en controleer ook de sensor.
Volg de regels voor veiligheid en lichthinder
Voor veilige elektrische installaties geldt in Nederland NEN 1010 als basis. Metalen buitenarmaturen moeten goed geaard zijn.
Een nieuw circuit aanleggen moet aan NEN 1010 voldoen. Dat is meestal vergunningsvrij.
Voorkom ook lichthinder voor buren en omgeving. Volgens Burgerlijk Wetboek artikel 5:37 mag verlichting geen onrechtmatige hinder veroorzaken. Verlicht daarom alleen wat nodig is en laat lampen niet onnodig branden.
Besteed 230V en grote klussen uit
Een 12V- of 24V-systeem kun je vaak zelf aanleggen. Een 230V-systeem is lastiger en laat je beter installeren door een elektricien.
Bij grote klussen of nieuwbouw is een erkend installateur een logische keuze. Schakel hulp in als je twijfelt over de aanleg of veiligheid.
Reken op 35 tot 70 euro per uur voor aanleg
Voor het aanleggen van tuinverlichting worden deze prijsindicaties genoemd:
- €150 tot €300 voor het aanleggen van tuinverlichting
- €100 tot €500 per ruimte voor het aanleggen van verlichting
- €50 tot €100 per inbouwspot inclusief montage en materialen
- €35 tot €70 per uur voor een hovenier of elektricien
De kosten voor een lichtplan hangen af van de complexiteit.
Voorkom fouten met richting, kabeldiepte en aansluitingen
Veel fouten ontstaan door verkeerd gericht licht, te ondiep gelegde kabels en slecht afgewerkte aansluitingen.
Let hierop:
- Richt tuinspots niet omhoog, maar op een pad, boom of kunstwerk.
- Kies warm wit licht als je sfeer wilt.
- Leg 230V-voedingskabels 50 tot 60 cm diep.
- Maak aansluitingen waterdicht met giethars in verbindingsdozen.
- Vermijd overbelichting en laat delen van de tuin donker.
- Gebruik armaturen met een IP-waarde die past bij de plek.
- Monteer sensoren op 2 tot 2,5 meter hoogte.
- Houd bij 12V rekening met maximaal 30 tot 80 meter kabel, afhankelijk van de verdeling.
Veelgestelde vragen
Welke kabel gebruik je voor tuinverlichting?
Voor 230V worden onder meer YMvK-as als grondkabel en XMvK voor bovengronds gebruik genoemd. Voor verlichting is 3 x 1,5 mm² genoemd.
Hoe diep moet een kabel voor tuinverlichting in de grond?
Een 230V-grondkabel moet 50 tot 60 cm diep liggen. Onder paden met wagenverkeer is dat 80 cm.
Kun je 12V tuinverlichting zelf aanleggen?
Ja, 12V- en 24V-systemen zijn veiliger en eenvoudiger zelf aan te leggen. Bij 230V is uitbesteden verstandiger.
Welke IP-waarde heb je buiten nodig?
Minimaal IP44 onder een afdak, IP54 of IP55 voor spots, IP67 voor grondspots en IP68 bij onderdompeling.