Groene tuin: minder tegels, meer planten en toch makkelijk
Een groene tuin met minder tegels en meer planten kan onderhoudsarm zijn als je slim ontwerpt en planten kiest die passen bij je grond en de hoeveelheid zon. Maak minimaal 60% van de tuin groen, gebruik bodembedekkers en vaste planten, en kies waar nodig voor waterdoorlatende verharding.
Maak minimaal 60% van de tuin groen
Wie minder werk wil, hoeft de tuin niet vol te leggen met bestrating. Te veel tegels geven vaak extra onderhoud door onkruid in voegen, alg en wateroverlast. Maak daarom minimaal 60% van de tuin groen.
Dat groene deel kan bestaan uit vaste planten, langzaam groeiende struiken, wintergroene planten, bodembedekkers en klimplanten. Gebruik daarbij ook 30 tot 50% inheemse planten. Die zijn aangepast aan het lokale klimaat en de bodem, vragen minder water en verzorging en hebben vaak minder last van ziekten en plagen.
Bepaal eerst welke functies de tuin krijgt
Begin met de kaders en wensen. Denk aan een terras, vijver, moestuin en zitplekken. Zonder die keuzes wordt een tuin snel onduidelijk.
Meet daarna alles nauwkeurig op en maak een tuinplan. Teken de tuin op schaal om verhoudingen goed te houden en verspilling van tijd en geld te voorkomen. Je kunt daar ook 3D-software voor gebruiken.
Vervang overtollige tegels door waterdoorlatende verharding
Haal tegels weg op plekken waar je ook met planten, grind of halfverharding uit de voeten kunt. Kies voor paden en terrassen waterdoorlatende materialen.
Geschikte opties zijn:
- waterdoorlatende klinkers
- grind of kiezels
- grasdallen
- houtsnippers, schors of cacaodoppen als halfverharding
Gebruik bij grind opsluitbanden, zodat het materiaal op zijn plek blijft en stenen minder snel verzakken. Voor een oprit is waterdoorlatende bestrating van 8 tot 10 cm dik geschikt. Kies bij grind op een oprit een korrelmaat van 4 tot 20 mm.
Kies bewust tussen gazon, bloemenweide, heg en waterschaal
Een onderhoudsarme tuin vraagt om duidelijke keuzes.
Een gazon vraagt maaien. Een bloemenweide hoef je maar 1 tot 2 keer per jaar te maaien.
Bij de erfafscheiding geeft een heg privacy en beschutting. Een schutting vraagt minder snoeiwerk. In de voortuin is een erfafscheiding meestal vergunningsvrij tot 1 meter hoogte.
Voor water is een waterschaal vaak de makkelijkste optie. Die vraagt minder onderhoud dan een vijver en trekt wel vogels aan.
Stem planten af op zon, schaduw en grondsoort
Planten blijven alleen makkelijk als ze op de juiste plek staan. Kies dus altijd op licht en bodem.
Lavendel (Lavandula) en vetkruid (Sedum) houden van zon. Varens en hartlelie (Hosta) passen juist in schaduw.
Ook de grond maakt verschil:
- Op klei houdt de bodem vocht en voeding goed vast, maar de grond kan zwaar zijn. Wacht met planten tot de grond niet meer doorweekt is.
- Op zand zakt water snel weg en is de bodem arm. Kies hier planten die goed tegen droogte en hitte kunnen, zoals vetkruid (Sedum) en siergrassen.
- Op veen heeft de bodem een sponsachtige structuur.
Doe vooraf een bodemanalyse om grondsoort en zuurgraad te bepalen. Werk de grond daarna op met organisch materiaal, zoals compost of mest, en gebruik aanplantgrond met voedingsstoffen.
Plant bodembedekkers om onkruid te remmen
Kale aarde geeft onkruid de ruimte. Vul open plekken daarom met bodembedekkers of zet planten dicht op elkaar.
Geschikte bodembedekkers zijn:
- ooievaarsbek (Geranium)
- zenegroen (Ajuga reptans)
- kleine maagdenpalm (Vinca minor)
- mansoor (Asarum europaeum)
Deze planten bedekken de bodem en verkleinen zo de kans op onkruid.
Kies vaste planten en langzaam groeiende soorten
Vaste planten komen elk jaar terug en hoeven dus niet steeds vervangen te worden. Langzaam groeiende struiken vragen minder snoeiwerk dan snelle groeiers. Wintergroene planten houden de tuin ook in de winter gevuld.
Klimplanten zijn handig in kleine tuinen, omdat ze weinig grondoppervlak innemen en toch veel groen geven. Geschikte voorbeelden zijn bosrank (Clematis), druif (Vitis) en klimhortensia (Hydrangea anomala subsp. petiolaris).
Let op met snelgroeiende of woekerende soorten. Vermijd bamboe, klimop (Hedera) en Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) als je weinig onderhoud wilt. Japanse duizendknoop is bovendien moeilijk te verwijderen.
Gebruik inheemse planten die passen bij Nederlandse omstandigheden
Inheemse planten passen goed bij Nederlandse omstandigheden en zijn een goede keuze in een tuin die makkelijk moet blijven. Ze helpen ook de biodiversiteit.
Geschikte soorten zijn:
- duizendblad (Achillea millefolium)
- wilde tijm (Thymus serpyllum)
- wilde marjolein (Origanum vulgare)
- grote engelwortel (Angelica archangelica)
- akelei (Aquilegia vulgaris)
- grote centaurie (Centaurea scabiosa)
- grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
- vijfdelig kaasjeskruid (Malva alcea)
- duifkruid (Scabiosa columbaria)
- echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi)
- blauwe knoop (Succisa pratensis)
Wilde marjolein (Origanum vulgare) wordt 30 tot 60 cm hoog, kan in zon of halfschaduw staan en bloeit van juni tot en met september. De plant trekt bijen, hommels en vlinders.
Plant in september tot en met november of in het voorjaar
Het najaar, van september tot en met november, is geschikt voor aanplant. De grond is dan nog warm en vaak vochtig genoeg, zodat planten goed kunnen wortelen.
Planten kan ook in het voorjaar. Plant niet bij vorst, langdurige droogte of heet zomerweer.
Schakel een hovenier in bij een lastig ontwerp
Een hovenier kan helpen bij ontwerp en aanleg, vooral als je meerdere functies wilt combineren of twijfelt over zichtlijnen en verhoudingen. Een goed plan voorkomt fouten en kan kosten besparen.
In herfst en winter hebben hoveniers vaak meer tijd. Prijzen zijn dan soms gunstiger.
Controleer de regels in het Omgevingsloket
Sinds 1 januari 2024 vallen tuinregels onder de Omgevingswet. Gemeenten hebben daarbij meer vrijheid. Doe daarom altijd een vergunningcheck via het Omgevingsloket.
Let in elk geval op deze punten:
- een erfafscheiding in de voortuin is meestal vergunningsvrij tot 1 meter hoogte
- voor een bijgebouw gelden voorwaarden qua maximale hoogte en de toegestane oppervlakte per bebouwingsgebied
- een bijgebouw mag vaak op of tegen de erfgrens gebouwd worden, mits voldaan wordt aan de algemene hoogte- en oppervlakteregels
- voor het kappen van bomen kan een vergunning nodig zijn
- huur je de woning, vraag dan toestemming voor grotere aanpassingen zoals een vijver, schuur of overkapping
Voorkom fouten die later extra werk geven
De meeste extra tuinuren ontstaan door verkeerde keuzes aan het begin.
Veelgemaakte fouten zijn:
- te veel betegelen, met meer kans op onkruid in voegen, alg en wateroverlast
- kale aarde laten liggen, waardoor onkruid snel opkomt
- de bodemsoort negeren, waardoor planten slecht groeien
- vooraf niet nadenken over onderhoud
- geen duidelijke kaders kiezen voor functies en indeling
- niet goed opmeten of plannen
- het budget niet bewaken
FAQ
Wanneer plant je een groene tuin het best aan?
Het najaar, van september tot en met november, is het meest geschikt. De grond is dan warm en vaak vochtig genoeg, zodat planten goed kunnen wortelen.
Wat vraagt minder onderhoud, gazon of bloemenweide?
Een bloemenweide. Die hoef je maar 1 tot 2 keer per jaar te maaien, terwijl een gazon vaker gemaaid moet worden.
Hoeveel van de tuin moet groen zijn?
Maak minimaal 60% van de tuin groen.
Welke planten helpen tegen onkruid?
Bodembedekkers zoals ooievaarsbek (Geranium), zenegroen (Ajuga reptans), kleine maagdenpalm (Vinca minor) en mansoor (Asarum europaeum) bedekken kale aarde en remmen onkruid.
KlimhortensiaHydrangea anomala subsp. petiolaris
KlimopHedera helix
KruiptijmThymus serpyllum
AkeleiAquilegia vulgaris
Grote kattenstaartLythrum salicaria