Zo werkt de 3D-planner
- Typ je adres. De 3D-planner haalt je perceel op uit de kadastrale kaart, en je huis en de huizen om je heen uit 3DBAG, een open 3D-model van alle gebouwen in Nederland.
- Teken je ondergrond. Terras, gras, vlonder, grind, border, moestuin of vijver. Sleep een rechthoek op maat, of schilder vrij met de kwast. Tegels en planken liggen vanzelf evenwijdig aan je gevel.
- Zet neer wat je wilt. Bomen, struiken, plantenbakken, een schuur of overkapping, een tafel met stoelen of een trampoline. Een haag of schutting trek je als lijn, die plakt aan de erfgrens.
- Kijk waar de zon valt. Schuif door de dag of speel hem af van zonsopgang tot zonsondergang, en kies een seizoen: in december staat de zon zo laag dat de schaduw van je huis rond het middaguur zo'n zeven keer zo ver reikt als in juni. De 3D-planner rekent ook uit hoeveel uur zon elke plek krijgt: op één dag, op de langste dag of gemiddeld van april tot en met september.
- Download je tekening. Een A4 op schaal met noordpijl, legenda, beplantingsplan en een boodschappenlijst met tegels, zand en planten.
Waarom de ligging van je tuin zo veel uitmaakt
Twee tuinen van precies dezelfde maat kunnen totaal anders aanvoelen. Dat komt door de zon, en door wat er tussen jou en de zon in staat.
Tuin op het zuiden
De hele dag zon. Heerlijk in het voorjaar, maar in juli kan het op een stenen terras flink heet worden. Een boom of pergola aan de zuidkant van het terras geeft schaduw op het warmste moment.
Tuin op het noorden
Het huis werpt een lange schaduw de tuin in, vooral in het voor- en najaar. Achterin is het vaak een stuk zonniger. Leg het terras daar neer en kies bij het huis planten die van schaduw houden, zoals varens, hosta en elfenbloem.
Tuin op het oosten
Oost geeft ochtendzon: ontbijten buiten in de zon, en 's avonds een koele tuin. Zet de zitplek voor de avond daarom niet tegen het huis, maar achterin of aan de zijkant waar de laatste zon nog valt.
Tuin op het westen
West geeft middag- en avondzon, precies wanneer de meeste mensen thuis zijn. Op een warme zomeravond kan een terras op het westen flink opwarmen, dus een boom of luifel aan de zonkant is geen overbodige luxe. De 3D-planner laat met de knop Avond zien welke plekken na vijf uur nog zon hebben.
Een kleine achtertuin ontwerpen
Veel achtertuinen bij een rijtjeshuis zijn een rechthoek van een meter of vijf breed en tien diep. Juist dan helpt het om eerst op papier te schuiven voordat je gaat graven.
- Begin bij de achterdeur. Daar stap je naar buiten, dus daar hoort de eerste plek om te zitten. Voor een tafel met zes stoelen heb je minstens 3 bij 3,5 meter nodig.
- Zoek de zon voor je tweede zitplek. In veel tuinen valt de avondzon achterin. Een klein vlonder of bankje daar wordt vaak de favoriete plek.
- Hou een looppad van minstens een meter vrij naar de schuur of de achterom, zodat de kliko en de fiets er makkelijk door kunnen.
- Werk in de hoogte. Een boom met een smalle kruin, een haag of een klimplant tegen de schutting geeft groen zonder dat je vloeroppervlak kwijt bent.
- Minder soorten, grotere groepen. Drie of vier soorten planten in flinke groepen ogen rustiger dan twintig losse plantjes.
Een voortuin ontwerpen
Een voortuin is het visitekaartje van je huis en vaak de plek waar fiets, kliko en tassen langskomen. Hou daarom een pad van minstens een meter breed vrij naar de voordeur. Kies voor de rest liefst lage beplanting of een lage haag: een schutting in de voortuin is meestal maar tot 1 meter hoog vergunningvrij, en een schuur of overkapping vaak helemaal niet. De 3D-planner waarschuwt als je een bijgebouw in de voortuin zet.
Tegels en zand berekenen
Teken je terras als rechthoek, dan rekent de 3D-planner de rest uit. Als vuistregel: tegels van 60 bij 60 centimeter zijn 2,8 stuks per vierkante meter, plus zo'n 5 procent voor zaagwerk langs de randen. Daaronder komt een zandbed en straatlaag van samen ongeveer 15 centimeter. Reken met 0,18 kubieke meter zand per vierkante meter, omdat zand bij het aantrillen inklinkt. Langs de rand van het terras houdt een opsluitband de tegels op hun plek. Voor een vlonder reken je met onderliggers om de 50 centimeter en een planklengte van ruim 7 meter per vierkante meter bij planken van 14 centimeter breed.
Tegels eruit, groen erin
Bij een zware onweersbui kan er in korte tijd 60 millimeter regen vallen. Met zo'n bui toetsen gemeenten in de klimaatstresstest of straten en huizen droog blijven; het riool zelf is op veel minder gebouwd. Op tien vierkante meter tegels is dat 600 liter water dat via het riool weg moet. Groen neemt dat water op, houdt de tuin koeler in de zomer en geeft vogels en insecten een plek. De 3D-planner laat bij elk ontwerp zien hoeveel procent verhard is en hoeveel liter er bij een hoosbui wegloopt. Wil je toch veel bestrating, kies dan voor waterdoorlatende tegels, leg een infiltratiekrat onder het terras of maak een lage plek met planten waar het water de grond in kan. Veel gemeenten geven subsidie voor het vergroenen van je tuin, een regenton of het afkoppelen van je regenpijp.
Een beplantingsplan maken voor zon en schaduw
Een plant die op de verkeerde plek staat, kwijnt weg, hoe goed je ook water geeft. De 3D-planner rekent per plek in je border uit hoeveel uur zon er valt tussen april en september, en deelt de border op in drie zones.
- Zon, 6 uur of meer: kattenkruid, steppesalie, zonnehoed, hemelsleutel en siergrassen zoals struisriet. Lavendel en tijm alleen op grond die niet nat blijft staan.
- Halfschaduw, 3 tot 6 uur: ooievaarsbek, zeeuws knoopje, vrouwenmantel, in een ruime border herfstanemoon, en als structuur een taxus of een compacte pluimhortensia.
- Schaduw, minder dan 3 uur: varens, hosta, salomonszegel, elfenbloem en als structuur taxus of Japanse hulst, die ook in de winter groen blijven.
Per zone kiest de planner een plant voor structuur achterin, een paar vullers en een bodembedekker vooraan, met het aantal dat je per vierkante meter nodig hebt. Daartussen komen bollen, zodat de border in maart al bloeit. In een smalle strook of een klein vak laat de planner woekeraars en hoge planten weg. Of de grond nat of droog is, leidt hij af uit de grondwaterstand: waar het water in de winter hoog staat, komen geen planten die natte voeten niet verdragen.
De plantlijst is te gebruiken als bestellijst: per soort de botanische naam met cultivar, de potmaat (P9 en P11 voor vaste planten, C3 voor heesters) en het aantal per border. Plant vaste planten bij voorkeur in het najaar of het vroege voorjaar, bollen in oktober en november.
Tuinieren op klei, zand of veen
De grond onder je tuin bepaalt wat er goed groeit. De 3D-planner haalt de grondsoort in je omgeving op uit de bodemkaart en de grondwaterstand uit het grondwatermodel van de BRO. De bodemkaart is grof en in bebouwd gebied is tuingrond vaak opgebracht, dus steek er altijd even een schep in.
- Klei is rijk aan voeding en houdt water lang vast. In de winter kan hij nat en zwaar zijn, in de zomer hard en gescheurd. Lavendel, tijm en taxus houden niet van natte voeten; vaste planten als ooievaarsbek en herfstanemoon doen het juist goed.
- Zand is licht en warmt snel op, maar droogt ook snel uit. Kies planten die tegen droogte kunnen, zoals kattenkruid, salie en siergrassen, en vermijd hosta en hortensia op een plek in de volle zon.
- Veen is vochtig en zuur. Varens, hosta en salomonszegel voelen zich er thuis; planten die van kalk houden, zoals lavendel en tijm, minder.
Vergunning en erfgrens
Een bijgebouw in de achtertuin is meestal vergunningvrij: tot 3 meter hoog, of tot 5 meter binnen 4 meter van de achtergevel. Hoeveel je in totaal mag bebouwen hangt af van de grootte van het achtererf: tot 100 vierkante meter de helft, daarboven loopt het langzamer op tot maximaal 150 vierkante meter. Bij een achtererf van 150 vierkante meter mag je dus 60 vierkante meter bebouwen. Bij een monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden strengere regels. Een boom hoort volgens artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek 2 meter van de erfgrens te staan, gemeten vanaf het midden van de stam, en een heester of heg 50 centimeter. Dat geldt niet als je buren toestemming geven of als het erf ernaast een openbare weg of openbaar water is. Een verordening of plaatselijke gewoonte kan een kleinere afstand toestaan, en tegen beplanting die niet boven een scheidsmuur uitkomt kan je buurman zich niet verzetten. Het omgevingsplan van je gemeente kan andere regels hebben, dus doe altijd de vergunningcheck in het Omgevingsloket. Ga je met een graafmachine aan de slag, dan is een KLIC-melding bij het Kadaster verplicht.
Wat de planner voor je narekent
- Of een boom 2 meter en een heester 50 centimeter van de erfgrens staat, zoals artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek vraagt.
- Hoeveel procent van je tuin verhard is, en hoeveel liter water er bij een hoosbui van 60 millimeter het riool in moet.
- Of je terras bij de achterdeur groot genoeg is voor een tafel met stoelen.
- Of een schuur of overkapping waarschijnlijk vergunningvrij is.
- Welke planten passen bij de zon en het grondwater op elke plek van je border, en hoeveel je er nodig hebt.
- Hoeveel haagplanten je nodig hebt: dat verschilt per soort, van 2 per meter bij laurierkers tot 5 bij beuk.
Veelgestelde vragen
Is de 3D-planner gratis?
Ja. Je hebt geen account nodig en er zit niets achter een betaalmuur.
Waar komen de gegevens vandaan?
Het perceel komt uit de kadastrale kaart van het Kadaster, de gebouwen en hun hoogte uit 3DBAG van de TU Delft, de luchtfoto van Beeldmateriaal Nederland, de grondsoort uit de BRO-bodemkaart en de grondwaterstand uit het BRO-grondwatermodel. Allemaal open data, via PDOK en 3DBAG.
Hoe nauwkeurig is de zonberekening?
De 3D-planner rekent per kwartier de stand van de zon uit voor jouw adres en tekent de schaduw van je eigen huis, de huizen van de buren en wat je zelf neerzet. Bomen van de buren tellen nog niet mee. Zie het als een goede indicatie.
Bewaart de 3D-planner mijn adres?
Nee. Je ontwerp wordt alleen in je eigen browser bewaard. Deel je een link, dan staat daar de plek van je perceel in, dus deel hem alleen met mensen die je vertrouwt.
Heb ik een vergunning nodig voor een schuur of overkapping?
In de achtertuin vaak niet: tot 3 meter hoog, of tot 5 meter binnen 4 meter van de achtergevel. Hoeveel je samen mag bebouwen hangt af van het achtererf: tot 100 vierkante meter de helft, daarboven loopt het langzamer op tot maximaal 150 vierkante meter. Bij een monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden strengere regels. Check altijd het omgevingsplan van je gemeente via het Omgevingsloket.
Hoe ver moet een boom van de erfgrens staan?
Volgens artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek 2 meter voor een boom, gemeten vanaf het midden van de stam, en 50 centimeter voor een heester of heg. Dat geldt niet als je buren toestemming geven of als het erf ernaast een openbare weg of openbaar water is. Een verordening of plaatselijke gewoonte kan een kleinere afstand toestaan. En tegen beplanting die niet boven een scheidsmuur uitkomt, kan je buurman zich niet verzetten.
Werkt het op mijn telefoon?
Ja. Op een groter scherm teken je wel preciezer, en daar kun je de kaart ook kantelen en draaien.
Bronnen: Kadaster (BRK), 3DBAG (TU Delft), luchtfoto Beeldmateriaal Nederland, BRO-bodemkaart en BRO-grondwatermodel, via PDOK. Open data, onder meer onder CC BY 4.0. Bijgewerkt op 9 oktober 2026.