Tuinblad.nl

Kruidentuin maken: indeling, plek en welke kruiden

Een kruidentuin maak je het makkelijkst door eerst de plek en de grond te laten bepalen welke kruiden daar goed groeien. Kies een zonnige of halfschaduwrijke plek dicht bij de keuken of het terras, begin met ongeveer 2 m² en zet woekeraars zoals munt apart.

Kies een plek met 6 tot 8 uur zon of passende halfschaduw

Een kruidentuin werkt het prettigst op een plek waar je vaak langsloopt. Dicht bij de keuken of het terras is praktisch voor dagelijks oogsten.

De standplaats bepaalt welke kruiden passen:

  • Volle zon, 6 tot 8 uur per dag: hier groeien de meeste kruiden goed, vooral mediterrane soorten zoals rozemarijn (Salvia rosmarinus), tijm (Thymus vulgaris), salie (Salvia officinalis), oregano (Origanum vulgare), hysop (Hyssopus officinalis), bonenkruid (Satureja hortensis of Satureja montana) en kerriekruid (Helichrysum italicum).
  • Halfschaduw: geschikt voor munt (Mentha), , citroenmelisse (Melissa officinalis), dragon (Artemisia dracunculus), bieslook (Allium schoenoprasum), zuring (Rumex acetosa) en lavas (Levisticum officinale).
  • Schaduw: geschikt voor kervel (Anthriscus cerefolium), daslook (Allium ursinum), peterselie (Petroselinum crispum), lievevrouwebedstro (Galium odoratum) en postelein (Claytonia perfoliata).

Op een plek op het zuiden passen mediterrane kruiden het best. Op een plek op het noorden doen bladkruiden het vaak beter. Vermijd tocht.

Pas de kruidentuin aan op zand, klei of veen

Luchtige, goed doorlatende grond past bij de meeste kruiden. De grondsoort maakt in Nederlandse tuinen veel uit.

Op zandgrond warmt de bodem snel op, maar droogt hij ook snel uit. Mediterrane kruiden zoals lavendel (Lavandula angustifolia), rozemarijn (Salvia rosmarinus) en tijm (Thymus vulgaris) doen het hier goed. Voeg compost toe om vocht beter vast te houden.

Op kleigrond blijft water en voeding langer beschikbaar. Dat past bij kruiden met diepe wortels en soorten die meer vocht nodig hebben. Werk compost door de bovengrond. Is de klei zwaar, spit die dan in het najaar om.

Op veengrond is een kruidentuin lastiger. Veen is nat, zakt in en is vaak zuur. Voor een kruidentuin is een pH-KCl van minimaal 4,8 of een pH-water van minimaal 5,6 nodig.

Begin met een eenvoudige indeling van ongeveer 2 m²

Voor een eerste kruidentuin is 2 m² een goed begin. Daarmee houd je overzicht en kun je meerdere soorten kwijt.

Kies een indeling die past bij je ruimte:

  • vakken voor overzicht en makkelijk onderhoud
  • een dambordpatroon voor een strakke vorm
  • een kruidenwiel voor een ronde indeling

Je kunt kruiden planten in de volle grond, verhoogde bakken of potten. Dat hangt af van de ruimte en de grondsoort. Potten zijn handig voor kruiden die je apart wilt houden of voor soorten die extra drainage nodig hebben.

Zet woekeraars vanaf het begin apart

Sommige kruiden nemen snel veel ruimte in. Zet die meteen apart, zodat andere planten niet worden verdrongen.

Woekeraars zijn:

  • munt (Mentha)
  • citroenmelisse (Melissa officinalis)
  • oregano (Origanum vulgare)
  • dragon (Artemisia dracunculus)

Munt en citroenmelisse plant je het best in een pot of in een eigen vak. Kies potten met drainagegaten. Voor deze kruiden is een pot met een diameter van minimaal 30 cm geschikt.

Kies kruiden die passen bij zon, schaduw en gebruik

Bepaal eerst welke kruiden je wilt gebruiken en hoeveel ruimte ze nodig hebben. Je kunt kiezen voor keukenkruiden, theekruiden of kruiden met sierwaarde.

Handige vaste kruiden voor een kruidentuin zijn:

  • bieslook (Allium schoenoprasum)
  • munt (Mentha)
  • oregano (Origanum vulgare)
  • rozemarijn (Salvia rosmarinus)
  • salie (Salvia officinalis)
  • tijm (Thymus vulgaris)
  • citroenmelisse (Melissa officinalis)
  • lavas (Levisticum officinale)
  • dragon (Artemisia dracunculus)
  • lavendel (Lavandula angustifolia)
  • hysop (Hyssopus officinalis)
  • bonenkruid (Satureja montana)
  • kerriekruid (Helichrysum italicum)
  • citroenverbena (Aloysia citrodora)
  • groot kaasjeskruid (Malva sylvestris)
  • kleine pimpernel (Sanguisorba minor)
  • laurier (Laurus nobilis)
  • zuring (Rumex acetosa)
  • daslook (Allium ursinum)
  • peterselie (Petroselinum crispum)

Eenjarige kruiden zijn handig als je snel veel wilt oogsten:

  • basilicum (Ocimum basilicum)
  • dille (Anethum graveolens)
  • koriander (Coriandrum sativum)
  • marjolein (Origanum majorana)
  • bonenkruid (Satureja hortensis)
  • kamille (Matricaria chamomilla)

Tweejarige kruiden zijn:

  • peterselie (Petroselinum crispum)
  • karwij (Carum carvi)

Houd de juiste plantafstand aan per kruid

Een kruidentuin blijft gezonder en overzichtelijker als je ruim genoeg plant.

Gebruik deze afstanden:

  • bieslook en tijm: 15 cm
  • oregano, citroenmelisse, munt, dragon en kleine pimpernel: 30 cm
  • rozemarijn en salie: 50 cm
  • lavas en mierikswortel: meer dan 50 cm

Zaai zaden op de juiste diepte. Kleine zaden zaai je op 0,5 tot 1 cm diepte.

Plant in het voorjaar of in september

De beste momenten om een kruidentuin aan te leggen zijn het voorjaar, na de laatste vorst, en september. In september is de grond nog warm, waardoor planten goed wortelen.

Plant of zaai niet bij vorst of extreme droogte. Basilicum (Ocimum basilicum) kan pas na half mei naar buiten.

Maak de grond 20 tot 30 cm diep los en voeg compost toe

Werk in deze volgorde:

  1. Maak een plan met kruiden, plek en ruimte.
  2. Kies de locatie op basis van zon, halfschaduw of schaduw.
  3. Maak de grond 20 tot 30 cm diep los.
  4. Verwijder stenen en wortelresten.
  5. Voeg compost toe.
  6. Plant of zaai op de juiste diepte en afstand.
  7. Geef water.

Wil je de indeling vooraf uitwerken, teken de tuin dan op schaal.

Gebruik potten voor mediterrane kruiden en voor extra drainage

Potten zijn handig voor mediterrane kruiden en voor soorten die je apart wilt houden. Kies potten die groot en diep genoeg zijn en altijd drainagegaten hebben.

Voor mediterrane kruiden leg je 5 cm lavakorrels op de bodem van de pot. Terracotta is geschikt voor buiten, omdat het water snel laat verdampen.

Geef weinig voeding en oogst op tijd

Kruiden hebben meestal weinig mest nodig. Te veel water of mest geeft vaak minder smaak.

Geef kruiden in de lente en zomer maximaal 1 keer per maand een zachtwerkende organische meststof. Oogst zodra de planten groot genoeg zijn.

Rozemarijn (Salvia rosmarinus) en laurier (Laurus nobilis) hebben in de winter bescherming nodig. Gebruik vliesdoek of zet potten tijdelijk binnen.

Houd lastige combinaties uit elkaar

Sommige kruiden groeien minder goed naast andere soorten. Houd daar bij de indeling rekening mee.

Zet deze soorten apart:

  • venkel (Foeniculum vulgare)
  • absintalsem (Artemisia absinthium)

Houd ook rekening met deze combinaties:

  • dille (Anethum graveolens) niet naast tomaten of wortels
  • knoflook (Allium sativum), uien (Allium cepa) en bieslook (Allium schoenoprasum) niet naast bonen
  • peterselie (Petroselinum crispum) niet naast kropsla

Kies tussen zaaien en plantjes

Zaaien is goedkoper voor eenjarige kruiden. Plantjes zijn sneller, vooral bij vaste kruiden.

Voorbeelden van kruiden die je vaak als plantje koopt:

  • basilicum (Ocimum basilicum)
  • salie (Salvia officinalis)
  • rozemarijn (Salvia rosmarinus)
  • lavendel (Lavandula angustifolia)
  • lavas (Levisticum officinale)
  • kervel (Anthriscus cerefolium)
  • kamille (Matricaria chamomilla)
  • dragon (Artemisia dracunculus)
  • dille (Anethum graveolens)
  • citroenmelisse (Melissa officinalis)
  • bonenkruid (Satureja hortensis)
  • peterselie (Petroselinum crispum)
  • komkommerkruid (Borago officinalis)
  • bieslook (Allium schoenoprasum)
  • koriander (Coriandrum sativum)
  • munt (Mentha)

FAQ

Welke kruiden zijn het makkelijkst voor een eerste kruidentuin?

Bieslook (Allium schoenoprasum), oregano (Origanum vulgare), tijm (Thymus vulgaris), peterselie (Petroselinum crispum) en munt (Mentha) zijn goede keuzes, als de plek past bij hun voorkeur voor zon, halfschaduw of vocht.

Welke kruiden zet je in de volle zon?

Rozemarijn (Salvia rosmarinus), tijm (Thymus vulgaris), salie (Salvia officinalis), oregano (Origanum vulgare), hysop (Hyssopus officinalis), bonenkruid (Satureja hortensis of Satureja montana), kerriekruid (Helichrysum italicum), lavendel (Lavandula angustifolia) en citroenverbena (Aloysia citrodora).

Welke kruiden kun je beter in een pot zetten?

Munt (Mentha) en citroenmelisse (Melissa officinalis) zet je het best in een pot. Ook oregano (Origanum vulgare) en dragon (Artemisia dracunculus) kun je beter apart houden.

Wanneer leg je een kruidentuin aan?

In het voorjaar na de laatste vorst, of in september. Plant of zaai niet bij vorst of extreme droogte.

Planten in dit artikel

Verder in je tuin