Tuinblad.nl

Bomen planten: het beste moment en zo doe je het

Bomen plant je het best in oktober, november, maart of april. Bomen uit volle grond zet je bij voorkeur tussen november en maart, als de boom in rust is en de grond niet bevroren of te nat is.

Plant bomen bij voorkeur in oktober, november, maart of april

De herfst is vaak het beste moment om een boom te planten. In oktober en november is de grond nog warm en vaak vochtig. De boom is dan in rust, terwijl de wortels nog doorgroeien.

Ook het vroege voorjaar is geschikt. In maart en april warmt de grond op. De boom kan dan nog wortelen voordat het groeiseizoen begint.

Voor bomen uit volle grond is november tot maart de beste periode. Plant alleen als de grond niet te nat of bevroren is.

Plant containerbomen het hele jaar, behalve bij hitte en droogte

Containerbomen kun je het hele jaar planten. Dat lukt alleen goed als je voldoende water geeft.

Plant liever niet tijdens hitte of extreme droogte. In de zomer hebben containerbomen direct na het planten extra water nodig.

Plant geen bomen bij vorst, sneeuw of natte grond

Plant geen bomen bij vorst, sneeuw of zwaar bevroren grond. Wacht ook als de grond te nat is.

Vermijd ook perioden met hitte of extreme droogte. Dan slaan bomen minder goed aan.

Kies een boom die past bij ruimte, bodem en zon

Kies een boom die past bij de plek. Let op de volwassen grootte, de bodem, het zonlicht en het wortelstelsel.

In een kleine tuin passen bomen tot ongeveer 6 meter hoog vaak goed. Smalle of compacte kroonvormen zijn dan geschikt.

Voor kleine tuinen zijn onder meer deze soorten of vormen geschikt:

  • leilinde (Tilia × europaea ‘Pallida’)
  • dakplataan (Platanus × hispanica)
  • bolesdoorn (Acer platanoides ‘Globosum’)
  • trompetboom (Catalpa bignonioides ‘Nana’)
  • bolacacia (Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’)
  • amandelboompje (Prunus triloba)
  • glansmispel (Photinia × fraseri ‘Red Robin’)
  • amberboom (Liquidambar styraciflua ‘Slender Silhouette’)
  • Japanse sierkers (Prunus serrulata ‘Amanogawa’)
  • bolveldesdoorn (Acer campestre ‘Nanum’)

Fruitbomen hebben een zonnige plek nodig. Kies een standplaats met meerdere uren zon per dag. Te weinig zon remt de groei en de vruchtproductie.

Inheemse soorten met autochtone herkomst zijn vaak een goede keuze voor biodiversiteit en klimaatbestendigheid.

Houd minimaal 2 meter afstand tot de erfgrens

Bomen moeten minimaal 2 meter van de erfgrens staan. Meet vanaf het midden van de stamvoet. Heesters en heggen moeten minimaal 0,5 meter van de erfgrens staan.

Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld door verjaring of een gemeentelijke verordening. Bespreek twijfel eerst met de buren.

Graaf een plantgat dat minstens twee keer zo breed is als de kluit

Graaf een plantgat dat minstens twee keer zo breed is als de kluit. Maak het gat diep genoeg voor de boom, maar niet dieper dan nodig.

Een te klein of te diep plantgat remt de wortelgroei. Het vergroot ook de kans op problemen aan de wortelhals.

Maak de wanden van het plantgat ruw, vooral op kleigrond. Zo groeien wortels makkelijker de omringende grond in.

Meng de uitgegraven grond met compost of onbemeste veenaarde

Meng de uitgegraven grond met een bodemverbeteraar. Geschikt zijn compost of speciale organische aanplantgrond. Ook tuinturf en TerraCottem worden gebruikt.

Op kleigrond is bodemverbetering vaak zinvol. Ruw daar ook de wanden van het plantgat goed op.

Op zandgrond kun je de bodem verzwaren met bentoniet. Voeg daarnaast compost of mest toe.

Bij vaste of natte grond worden ook schoon rivierzand met RHP-keurmerk of lavakorrels gebruikt.

Zet de wortelhals gelijk met het maaiveld

Plaats de boom zo dat de wortelhals, of de bovenkant van de kluit, gelijk ligt met het maaiveld of iets erboven.

Zet je de wortelhals te diep, dan kan de stambasis gaan rotten.

Vul het plantgat en druk de grond aan

Vul het plantgat met het grondmengsel. Druk de grond daarna goed aan, zodat die aansluit rond de kluit.

Gebruik geen kunstmest direct in het plantgat. Een mengsel van bestaande grond met compost of bodemverbeteraar is geschikter.

Veranker de boom met boompalen of een ondergronds systeem

Plaats de boompalen vóór of tijdens het neerzetten van de boom in het plantgat, zodat je de wortels niet beschadigt. Bij grote bomen kun je een ondergronds verankeringssysteem gebruiken.

Zonder verankering staat een boom minder stabiel bij wind en regen. Controleer ook de boomband na het planten en tijdens de nazorg.

Verwijder de boompalen en boombanden na 2 tot 3 jaar handmatig om insnoering te voorkomen.

Geef direct water en herhaal dat in droge perioden

Geef de boom direct na het planten ruim water. Geef daarna opnieuw water in droge perioden.

Te weinig water droogt de kluit uit. Te veel water veroorzaakt zuurstofgebrek bij de wortels.

Breng een mulchlaag van 5 tot 10 cm aan

Bedek de bodem rond de stam met mulch. Gebruik houtsnippers, bladeren of goed verteerde compost of mest.

Maak de mulchlaag 5 tot 10 cm dik. Houd 5 cm afstand tot de stam. Zo droogt de grond minder snel uit en krijgt onkruid minder kans.

Bescherm gladde bast aan de westkant met kokos of rietmat

Lage avondzon kan bastcellen doden bij bomen met een gladde, dunne bast. Dat gebeurt vooral aan de westkant van de stam.

Je kunt de stam dan beschermen met kokos- of rietmatten.

Schakel voor grote bomen een hovenier of kweker in

Grote bomen planten vraagt nauwkeurige planning, bodemvoorbereiding en nazorg. Het is zwaar werk en een goede aanplant helpt de boom goed aanslaan.

Een hovenier of kweker kan adviseren en het planten uitvoeren.

Voorkom deze fouten bij het planten van bomen

Veel problemen ontstaan door een paar vaste fouten:

  • een te klein of te diep plantgat
  • de wortelhals onder de grond zetten
  • geen water geven of juist te veel
  • boompalen vergeten
  • de verkeerde grond gebruiken of geen bodemverbeteraar toevoegen
  • te weinig nazorg geven
  • een boom kiezen die te groot wordt of niet past bij bodem, klimaat of ruimte
  • planten op een verkeerd moment
  • geen mulch gebruiken

Veelgestelde vragen

Kun je een boom in de zomer planten?

Ja, als het een containerboom is. Geef dan direct extra water en plant niet tijdens hitte of extreme droogte.

Wanneer plant je een boom uit volle grond?

Bij voorkeur in de herfst of in het vroege voorjaar. Voor bomen in rust is november tot maart geschikt, zolang de grond niet te nat of bevroren is.

Hoe diep moet een boom geplant worden?

De wortelhals of bovenkant van de kluit moet gelijk liggen met het maaiveld of iets erboven.

Hoe breed moet het plantgat zijn?

Minstens twee keer zo breed als de kluit.

Planten in dit artikel

Verder in je tuin